Veelgestelde vragen
Verhoogt een abortus het risico op borstkanker?
Verhoogt een abortus het risico op borstkanker?
Fysiologische verklaring
Wanneer een vrouw zwanger wordt, ondergaat ze een drastische toename van hormoonniveau's voor wat betreft estradiol, progesteron en hCG. Hierdoor beginnen borstcellen zich te delen en ondergaan ze een rijping, de differentiatie, die de hele zwangerschap lang aanhoudt en voltooid wordt na de bevalling van de eerste voldragen baby. Op dat ogenblik is de borst volledig ontwikkeld en tevens beter beschermd tegen de belangrijkste carcinogene factoren (oorzaken van kanker) en nocieve invloeden (bestraling, kwaadaardigheid...).
Indien deze hormonale "boost" echter voortijdig wordt afgebroken, blijven de borstcellen in een overgangsstadium zitten, waarin zij niet volledig zijn uitgerijpt. Het belangrijkste hierbij is het feit dat ze daardoor veel gevoeliger zijn voor kankers. De meeste kankers beginnen immers in melkkanaaltjes die reeds in een beginnende ontwikkeling zitten, maar nog niet volledig gerijpt zijn.
Vrouwen waarbij de zwangerschap op een miskraam eindigt, lopen gewoonlijk niet hetzelfde risico als bij een abortus. Meestal gaat een miskraam immers gepaard met een lagere (te lage) stijging van de belangrijke zwangerschapshormonen, waardoor de borsten enigszins gespaard blijven.
Een eerste voldragen zwangerschap is dus van essentieel belang om het risico van borstkanker te verminderen. Dit betekent echter niet dat een abortus provocatus na die eerste zwangerschap geen invloed zou hebben op het risico van borstkanker.
Studiegegevens
Op basis van talrijke onderzoeken en meta-analyses (dit zijn, indien correct gebeurd, in deze context de belangrijkste studies, omdat ze de gegevens van andere primaire studies analyseren en uitzuiveren om tot correcte conclusies te komen) naar het verband tussen borstkanker en abortus provocatus, mogen we vandaag stellen dat abortus het risico van borstkanker met tenminste 50 % verhoogt wanneer deze wordt uitgevoerd vóór de eerste voldragen zwangerschap (voor 2005 zijn dat 7 878 (47,19 %), waarvan 1 653 onder de 18 jaar). Dat wil concreet zeggen dat, indien in de gewone populatie jaarlijks 1,5 vrouwen op 1 000 borstkanker krijgen , dit bij vrouwen die een abortus hebben ondergaan vóór de eerste voldragen zwangerschap dit 2,25 op 1 000 zal zijn. Wanneer tieners onder de 18 jaar echter een abortus ondergaan, zal dit een verhoogd risico van 150 % betekenen of 3,75 bijkomende borstkankers per 1 000 in deze groep vrouwen. Dezelfde studie geeft aan dat vrouwen onder de 18 jaar die een abortus ondergaan later dan 8 weken na het begin van de zwangerschap, een verhoogd risico van borstkanker hebben van 800 %, wat dus betekent 13,5 bijkomende borstkankers per 1000 tieners die vóór de eerste zwangerschap aborteren. Vrouwen die reeds een kind hebben gebaard, hebben een bijkomend risico van 30 %. Omgerekend voor de abortuscijfers 2005 in België betekent een voorzichtige schatting een extra van 44 borstkankerpatiënten. Als we dit toepassen op de totale bevolking van dat jaar, betekent dit een stijging van 10 % te wijten aan abortus provocatus. Bij deze vrouwen zal de kanker overigens veel agressiever zijn dan bij vrouwen die nooit een abortus hebben ondergaan.
